Open Poort Boskoop – Christelijke Gereformeerde Kerk Boskoop


Historie

Het ontstaan van de landelijke Christelijke Gereformeerde Kerken:

In de tweede helft van de achtiende eeuw komt Nederland onder invloed van het Verlichtingsdenken dat uit Frankrijk afkomstig is. Kenmerkende uitgangspunten in dit denken zijn: “Alleen wat met het verstand te begrijpen is is waar”, en “De mens is goed” maar kan door goede begeleiding op
een hogerplan komen.

Aangezien vanaf 1816 de toenmalige Nederlandse Hervormde Kerk onder invloed van de staat stond, had de staat invloed op de vorming van theologen en dus ook op de prediking. De bijbel werd wel met veel geleerdheid uitgelegd maar de mens kwam veel meer centraal te staan en het onderwijs in de kerk was erop gericht om de gemeenteleden tot brave burgers te vormen.

Vergeving van zonden door het verzoenend werk van Christus kwam op de achtergrond. Vele gelovigen konden zich hier niet mee verenigen en het gevolg was, dat er kleine huisgemeenten ontstonden die zich hielden aan de vertrouwde gereformeerde leer die door de Reformatie in 1517 onder invloed van Maarten Luther was ontstaan. Tijdens de synode van 1618/1619 is de leer vastgelegd in de “Dortsche Leerregels” en het bestuur van de kerk in de “Dortsche kerkorde”.

In 1834 ontstond uiteindelijk de Afscheiding uit de Nederlands Hervormde Kerk. Op 29 mei van dat jaar werd ds. Hendrik de Cock, in 1801 te Veendam geboren en toenmalig predikant van de Noord-Groningse hervormde gemeente te Ulrum, vanwege zijn rechtzinnigheid afgezet. Bijbel en vrijzinnigheid kunnen niet samengaan. Op 13 oktober 1834 stelden ds. Hendrik de Cock en zijn kerkenraad “de acte van afscheiding of wederkeering” op. De intentie van dit document was om ooit te kunnen terug keren tot de Hervormde kerk. Nagenoeg alle gemeenteleden van de kerk van Ulrum tekenden deze acte. Deze daad vond landelijk navolging en de gemeenten die hier uit voortkwamen werden vanaf toen de “Christelijke Afgescheiden Gereformeerde Gemeenten” genoemd. Het was ds.Hendrik de Cock slechts kort gegund hieraan verder mee te werken. Hij is 14 november 1842 op 41 jarige leeftijd overleden. In 1869 verenigden, met uitzondering van slechts enkele zogenaamde “Kruisgemeenten”, zich alle afgescheiden gemeenten in één kerkverband met de naam “Christelijke Gereformeerde Kerk”.

In 1886 werd onder leiding van de invloedrijke politicus en theoloog dr. Abraham Kuijper pogingen gedaan om de Hervormde Kerk terug te brengen naar de gereformeerde leer. Voor het opleiden van gereformeerde predikanten richte hij de Vrije Unversiteit in Amsterdam op. De eerste kandidaat – predikant die hier afstudeerde werd beroepen in Kootwijk. Het plan mislukte doordat het landelijk bestuur van de Hervormde kerk ingreep en de gang van zaken onwettig verklaarde. Als reactie hier op verlieten aanhangers van Abraham Kuyper landelijk de Hervormde kerk. Hieruit ontstond de “Nederduitsche Gereformeerde Kerk” met het bijvoegsel “dolerend”, dat wil zeggen “klagend” namelijk over het feit, dat kerkgebouwen en alle andere kerkelijke goederen hen ontnomen waren. Omdat zij terugkeerden naar de gereformeerde leer meenden zij de enige erfgenamen te zijn.

Het is 16 december 1886 als de Doleantie een feit is. Onder invloed van Abraham Kuyper komen de dolerende gemeenten, namelijk de Christelijk Gereformeerde Kerk A en de Nederduitsche Gereformeerde Kerken B op 17 juni 1892 tot een “vereeniging” en noemden zich de “Gereformeerde Kerken in Nederland.” Bedenk hierbij dat het hele verenigingsproces zonder inspraak van de gemeenteleden tot stand is gekomen. De gemeenten werden als het ware hiermee overvallen!

De Christelijk Gereformeerde Kerk van Noordeloos, Teuge en Zierikzee, deden niet mee met deze vereniging en wensten te blijven wat zij waren.
In een op 20 juli 1892 in Utrecht gehouden gemeenschappelijke vergadering werd dit als volgt nader onder woorden gebracht: “de wettige voortzetting der aloude Gereformeerde Kerk in deze landen en onder de naam Christelijke Gereformeerde Kerk in Nederland.” Hiermee werd de Chr. Geref. Kerk geherinstitueerd. Na de zojuist genoemde drie gemeenten volgden andere gemeenten. De synode van 1947 te Utrecht besloot deze naam te wijzigen in Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland. In het meervoud dus.

 

Het ontstaan van de Christelijke Gereformeerde Kerk te Boskoop:

In 1575 is de reformatie in Boskoop een feit en de voormalige monnik Gerrit Jacobs uit Schoonhoven wordt de eerste predikant in de Gereformeerde (is Hervormde) kerk.

Al in 1835 komt in Boskoop een groep voor die zich “Christelijk afgescheiden Gereformeerde gemeente” noemde. Zij hadden zich losgemaakt van de Hervormde kerk. Men kerkte toen ergens in Bodegraven waar men zondags per schuit naar toe voer. Vaak werd de kerkgang onmogelijk gemaakt doordat de kerkgangers onderweg met stenen werden bekogeld. Men ging nu huisdiensten houden bij Evert Guldemond en een zekere Heemskerk. Maar ook hier worden de afgescheidenen bedreigd en is bewaking tijdens de diensten noodzakelijk. In 1849 werd onder leiding van ds. De Kok uit Schoonhoven in Boskoop de Christelijke Afgescheiden Gereformeerde Gemeente gemeente geinstitueerd.

Van de vooraanstaande kweker handelaar K.J.W. Ottolander wordt een gebouwtje gehuurd aan de B.C.straat. In 1853 wordt een nieuw kerkgebouw aan de Zijde in gebruik genomen. In het jaar 1869 werd de gemeente door een landelijk besluit “Christelijk Gereformeerde Kerk” genoemd.

Na 1886, het jaar van de Doleantie, werkte deze ook in Boskoop door. Op 30 december 1888 vindt de Doleantie in Boskoop plaats. De Nederduitsch Gereformeerde Kerk – Dolerend (B-kerk genoemd) gaat kerken aan de Biezentocht (eind van de Nieuwstraat) in het z.g.n. klompenkerkje. Enige tijd later hebben zij nog contact gezocht met de Christelijk Gereformeerde Kerk (A-kerk genoemd) om tot samenwerking te komen maar kerk A ging hier niet op in. Pas in augustus 1899 is de vereniging met de Gereformeerde kerk in Boskoop tot stand gekomen. Alle leden van de Christelijke Gereformeerde Kerk zijn toen overgegaan. Eind 1899 komen sommige gemeenteleden van de voormalige Chr. Geref. Kerk in gewetensnood en onttrekken zich weer van de Gereformeerde kerk en houden huisdiensten bij G.Boer.Jzn. Zij gaan zeer voortvarend te werk want op 16 april 1900 wordt door ds. Bos van Gouda de Chr. Geref.kerk van Boskoop geinstitueerd.

“Negen mansleden en zeven vrouwen” besluiten een kerkgebouw te laten bouwen in de Nieuwstraat op de tuin van gemeentelid Hermanus Knepper. Op 15 november 1900 wordt het kerkgebouw in gebruik genomen en wordt ds. Jaspers bevestigd door docent F.P.L.C. van Lingen. Het aantal gemeenteleden groeit hierna snel. In 1901 hebben zich al 80 leden aangesloten. In de landelijke jaarboeken wordt Boskoop in 1901 voor het eerst genoemd als zelfstandige gemeente.

Heden wordt samengewerkt met de GKV in Waddinxveen en is er een vertrouwde band met de Protestante Gemeente Boskoop.

 

 

 

CGK-Boskoop

(bron: Herdenkingsboek “De dienst gaat gewoon door” 100 jaar Christelijke Gereformeerde Kerk Boskoop. En Herdenkingsboek “150 jaar Gereformeerd Boskoop”.)

 

De gemeente is samengesteld uit belijdende leden, doopleden en meelevende leden, woonachtig in Alphen a/d Rijn, Bodegraven, Boskoop, Den Haag, Gouda, Hazerswoude, Leiden en Waddinxveen.

De gemeente behoort tot de classis ‘s-Gravenhage welke deel uitmaakt van de Particuliere Synode van het Westen.

De Christelijke Gereformeerde Kerk van Boskoop werd voorheen bediend door:

1900-1907 Ds. J.L. Jaspers Sr.
1909-1911 Ds. J. van Drunen
1913-1921 Dhr. J. van Vliet (art. 3)
1922-1924 Ds. D.J. van Brummen
1926-1929 Ds. P. de Smit
1930-1935 Ds. N. Bijdemast
1938-1946 Ds. L. Kleisen
1947-1964 Ds. P.J. de Bruin
1967-1971 Ds. J. Manni
1978-1983 Ds. A.P. van Langevelde
1983-1988 Ds. P.N. Ribbers
1989-1997 Ds. M.J. Oosting
1999-2007 Ds. C.C. den Hertog
2008-heden Drs. M.B. Visser